Jump to the content of the page

Amplitudegevoelige metingen en de meest kritische beรฏnvloedende factoren

Met de amplitudegevoelige wervelstroommethode kan de dikte van de coatings niet-destructief worden gemeten volgens ISO 2360. Voorwaarde hiervoor is dat het basismateriaal elektrisch geleidend is, maar niet magnetiseerbaar: Metalen zoals koper of aluminium zijn daarom geschikt. De coating zelf moet elektrisch isolerend zijn, bijv. van lak of kunststof. Een van de belangrijkste toepassingen van de wervelstroommethode is het testen van anodische coatings op aluminium. 

Fysieke principes

De probes die gebruikt worden voor het meten volgens de amplitudegevoelige wervelstroommethode hebben een ferrietkern. Rond deze kern wordt een spoel gewikkeld en er stroomt een hoogfrequente wisselstroom doorheen. Hierdoor ontstaat een hoogfrequent wisselend magnetisch veld rond de spoel.

Wanneer de sondepool in de buurt van een metaal komt, wordt in dit metaal een wisselstroom - of 'wervelstroom' - geรฏnduceerd. Dit genereert op zijn beurt weer een ander wisselend magnetisch veld. Omdat dit tweede magneetveld het tegenovergestelde is van het eerste, wordt het oorspronkelijke magneetveld gedempt (verzwakt). De mate van verzwakking is afhankelijk van de afstand tussen de pool en het metaal. Voor gecoate onderdelen komt deze afstand precies overeen met de laagdikte.

Hier is waar u op moet letten tijdens de meting

Alle elektromagnetische testmethodes zijn vergelijkend. Dit betekent dat het gemeten signaal wordt vergeleken met een karakteristieke curve die in het apparaat is opgeslagen. Om het resultaat correct te laten zijn, moet de karakteristieke curve worden aangepast aan de stroomomstandigheden. Dit wordt bereikt door middel van kalibratie. 

Een correcte kalibratie maakt het verschil!

Factoren die de meting sterk kunnen beรฏnvloeden bij gebruik van de wervelstroommethode zijn: de elektrische geleidbaarheid, de vorm en grootte van het monster en de ruwheid van het oppervlak. Natuurlijk is de juiste werking van het apparaat ook cruciaal!

Elektrische geleidbaarheid

De elektrische geleidbaarheid van een materiaal beรฏnvloedt hoe goed een wervelstroom in het materiaal kan worden geรฏnduceerd. Het geleidingsvermogen kan sterk variรซren, afhankelijk van de specifieke legering en de manier waarop het metaal werd verwerkt, en verschillende temperaturen kunnen ook variaties veroorzaken. Om de kalibratie-inspanning te minimaliseren, hebben de Fischer wervelstroomsondes een geleidbaarheidscompensatie. Ze geven correcte resultaten over een breed scala van geleidbaarheid en hoeven alleen te worden gestandaardiseerd op het betreffende materiaal (d.w.z. de kalibratie van het nulpunt).

Gebogen oppervlakken

In de praktijk komen de meeste meetfouten voor door de vorm van het monster. Bij gebogen oppervlakken is het aandeel van het magnetisch veld dat door de lucht gaat anders. Als een meetapparaat bijvoorbeeld op een vlakke plaat wordt gekalibreerd, zou het meten op een holle plaat tot een lager resultaat leiden, terwijl het meten op een bolle plaat tot een hoger resultaat zou leiden. De fouten die op deze manier optreden kunnen vele malen de werkelijke waarde zijn!  

Zorgvuldige kalibratie is de oplossing voor dit probleem. Maar ook hier heeft Fischer een manier gevonden om tijd en werk te besparen: een krommingscompenserende sonde. Met deze speciale sonde kunt u zonder fouten meten op buizen met een straal van 2 mm of groter, zelfs als het apparaat op een vlakke plaat is gekalibreerd.

Kleine, platte onderdelen

Een soortgelijk effect kan optreden als het monster klein of zeer dun is. Ook in dit geval strekt het magnetisch veld zich uit tot buiten het monster en in de lucht, waardoor de meetresultaten systematisch worden vervormd. Om deze fouten te voorkomen, moet u altijd kalibreren op een onbekleed onderdeel dat overeenkomt met het eindproduct. 

Ruwheid

Voor ruwe oppervlakken kan het resultaat vervormd zijn, afhankelijk van het feit of de sondepaal in een 'dal' of op een 'piek' van het ruwheidsprofiel is geplaatst. Bij dergelijke metingen lopen de resultaten sterk uiteen en is het raadzaam de metingen meerdere malen te herhalen om een stabiel gemiddelde te verkrijgen. Over het algemeen hebben coatingdiktemetingen op ruwe oppervlakken alleen zin als de coating minstens twee keer zo dik is als de ruwheidspieken hoog zijn. 

Voor een betere nauwkeurigheid biedt Fischer sondes met bijzonder grote polen en 2-polige sondes. Deze sondes integreren het ruwheidsprofiel en verminderen zo de spreiding in de gemeten waarden. 

Invloed van de gebruiker

Last but not least speelt ook de manier waarop het meetapparaat wordt bediend een grote rol. Zorg er altijd voor dat de sonde verticaal op het oppervlak en zonder druk is ingesteld. Voor een betere nauwkeurigheid kan een standaard worden gebruikt om de sonde automatisch op het monster te laten zakken.

Jump to the top of the page