Jump to the content of the page

Ik ben mijn meetinstrument aan het kalibreren op een vlakke plaat. Nu wil ik meten op een gedraaid onderdeel met een kleine diameter. Mag ik doorgaan, zonder verdere kalibratie?

Nee, de kalibratie op de vlakke plaat veroorzaakt een systematische meetfout op een gebogen oppervlak. Dit betekent dat de meetwaarden will  te groot zijn. Dit komt omdat het instrument de meetsignalen van het monster (hier: het gekromde object) interpreteert, alsof ze afkomstig zijn van een plat monster.

Waarom werkt mijn gegevensoverdracht niet?

Sommige redenen zouden kunnen zijn: Heb ik de juiste driver unit met relevante beheerdersrechten gekozen? Is de juiste interface gekozen, in de software op de PC? (zie ook apparaatbeheer)

Waarom kunnen twee partijen verschillende meetresultaten krijgen? Wat zouden de redenen daarvoor kunnen zijn?

De nauwkeurigheid van de meetinstrumenten wordt gegarandeerd door de kalibratiestandaarden. De ijking moet worden uitgevoerd op echte, onbeklede monsters. Bovendien moet men ervoor zorgen dat men op dezelfde meetposities meet. Het is belangrijk om voldoende metingen te doen om een significante gemiddelde waarde te krijgen.

Hoe controleer je een kalibratie voor DFT-metingen?

Men controleert de kalibratie door de kalibratiefolie op het onbeklede monster opnieuw te meten. Het moet dezelfde meetpositie zijn, waar je later ook meet. Fischer Basis kalibratieplaten zijn hiervoor niet bruikbaar.

Fasegevoelige wervelstroommethode: Welke coating-substraat-combinaties kunnen worden gemeten?

Er zijn verschillende meetversies mogelijk: Met de fasegevoelige wervelstroom methode kan men non-ferro metalen meten op ferro metalen, bijvoorbeeld Zink op Staal. Ook non-ferro metalen op niet-geleidende kunststoffen kunnen worden gemeten, zoals koper op Iso. Een ander mogelijk voorbeeld is Nikkel op Koper voor het geval van ferro metalen op non-ferro metalen.

Amplitudegevoelige wervelstroommethode: Welke coating-substraat-combinaties kunt u meten?

De amplitudegevoelige wervelstroommethode meet elektrisch niet-geleidende coatings op elektrisch geleidende, niet-magnetiseerbare substraten, zoals geanodiseerde coatings op Al, lak op Al, lak op Al en keramiek op Ti.

Magnetische inductieve methode: Welke coating-substraat-combinaties kunt u meten?

The  magnetische inductieve methode meet niet-magnetiseerbare coatings op goed magnetiseerbare substraten, zoals Zink op Ferro of Lak op Ferro.

Welke factoren spelen een rol bij het nauwkeurig meten met FISCHER DFT instrumenten?

De meetnauwkeurigheid voor FISCHER DFT instrumenten is afhankelijk van factoren zoals coatingdikte, oppervlaktegesteldheid, gebruikte probe, etc. Details voor de nauwkeurigheid en herhaalbaarheid onder ideale omstandigheden kunnen worden ontleend aan de technische gegevensbladen van de probes.

Wat moet worden overwogen voor het meten van nikkelcoatings met fasegevoelige wervelstroom en magnetische inductieve sondes?

Men moet zeker kalibreren op de echte, relevante onderdelen met een geรฏdentificeerde coatingdikte.  De magnetiseerbaarheid van nikkelcoatings kan sterk verschillen, d.w.z. er kunnen sterke verschillen optreden tussen de magnetiseerbaarheid van de gemeten onderdelen in tegenstelling tot de kalibratieonderdelen. Dit kan leiden tot meetfouten. Vooral op het gebied van binnenkomende inspecties,  kunnen er dan problemen ontstaan.

Een onbekende foutmelding wordt weergegeven door het meetapparaat of door het Fischer-programma. Wat moet ik doen?

Kijk eerst in de gebruikershandleiding of de fout en de correctie ervan daar beschreven zijn. Stuur anders een e-mail naar het verantwoordelijke Fischer-serviceteam met het serienummer, de exacte aanduiding van het meetinstrument, de sonde, het versienummer van het Fischer-programma, het foutnummer (foutcode), de exacte bewoording van de foutmelding en de omstandigheden die tot de fout hebben geleid.

Wat moet ik doen om gegevens naar mijn computer over te brengen?

Verbind de transmissiekabel met de computer en het meetapparaat. Installeer de juiste driversoftware op uw computer. Selecteer in het evaluatieprogramma dat u gebruikt de juiste interface waarop het instrument is aangesloten. Om de meetwaardegroepen te scheiden, stelt u in het meetapparaat een groepsscheidingsteken in.

Hoe kan ik juist kalibreren?

Zie de volgende tutorials:

Jump to the top of the page